Posts tonen met het label highland park. Alle posts tonen
Posts tonen met het label highland park. Alle posts tonen

donderdag 28 juni 2012

Archives, bekend en verrassend


Afgelopen dinsdag was er weer eens een door de Whiskybase-shop georganiseerde proeverij (of 'tasting' als je in Britse sferen wilt blijven) in Restaurant Branco, Zwaanshals. Rotterdam dus.
Helemaal gewijd aan de 6 'brands' sterke Third release van het eigen (Whiskybase)label Archives. (Ik overweeg nu om maar helemaal op het Engels over te stappen…maar ach, m'n Nederlands is toch beter).
Van eerdere Archivesreleases had ik al de Ledaig, de Glen Garioch, de Highland Park en de Littlemill '89 aangeschaft, en van deze Third staat de Imperial in m'n whiskykastje. Zeer gewaardeerd, allemaal.
Een week of wat geleden had ik in de whiskywinkel van Whiskybasers Menno en Cees-Jan al mogen proeven van de Glenrothes (ook een Third release botteling). Eigenlijk wist ik het toen al wel: ter afsluiting van de Archives-proeverij zou ik een flesje van dat spul meenemen…

En dan is het dinsdagavond en begint de proeverij. Een enthousiast en behoorlijk whiskykundig gezelschap (nee, nee, niet alleen mannen…) buigt zich over de achtereenvolgens uitgeserveerde drams. Smaken verschillen, en zo vindt de een de ene, en de andere de andere botteling de lekkerste. Zo gaat dat natuurlijk. En voor de Islay-liefhebbers (ik ben er een) was het misschien een aanvankelijke teleurstelling dat er geen enkele dram, zelfs geen unpeated, van dat eiland op tafel kwam. Maar wat er wel voor de neuzen werd gezet, deed wat mij betreft Islay voor even vergeten. En aan het begin kregen we meteen te horen dat de Littlemill inmiddels was uitverkocht. Dus dát drammetje zou sowieso uniek zijn vanavond.

Mijn beproevingen

En dan nu een niet chronologische recensie van het gebodene. Met een verrassende conclusie.

  • Laat ik beginnen met de Imperial. Ik had  'm al in huis, en zeer tot genoegen. Ik waardeerde 'm al eerder met 88.
  • En dan die Littlemill maar. Bij de 89'er die ik thuis heb staan ruik ik niet wat ik bij deze 88'er wel degelijk ruik: motorolie, benzine…en nog stevig ook! Heel interessant en met alles wat er na die garageluchten nog doorkomt ook heel complex. En lekker! Maar goed, dit zal de laatste en enige Littlemill 88 Arc-dram zijn geweest die ik ooit proefde.
  • De Longmorn kwam er voor mij niet zo uit. Nou ben ik geen heel subtiele proever (Islay-liefhebber immers!), dus dat kan best daaraan liggen. Ik heb er geen bijzondere herinneringen aan. Niet vies, maar ook niet opvallend lekker.
  • Met de Tomintoul komen we bij de prijzigste van het stel. En ja, hij is zeker een topper. Complex, volwassen,mooie ontwikkeling en goed in balans. Met z'n 42,4% voor mij (weinig subtiele smaak, zoals gezegd) toch wat aan de lichte kant. Al bij al zou ik er geen € 160 voor neerleggen, maar ik kan me voorstellen dat er anderen zijn die dat graag zouden doen.
  • Nu iets vreemds: bij een eerder sampletje van de Glenrothes was ik meteen enthousiast. Dat zou m'n volgende Archives-flesje worden…maar dat werd hij niet. Tijdens de sessie van zeg anderhalf uur waarbij deze als eerste op tafel kwam, werd het aroma eerst steeds 'maritiemer', zoals een medeproever het beschreef (dat ging voor mij van ziltig naar verse mosselen, naar rottend zeewier, en dat dan in overheersende mate), om daarna bijna volledig te verdwijnen. Deze vreemde neus deed de smaak geen goed. Wat een wereld van verschil met die sample van een paar weken eerder! Ik begrijp er nog niet veel van...
  • Jammer, maar dan was er de positieve verrassing in de vorm van de Isle of Jura. Mijn beperkte ervaring met Jura had me vooraf enigszins sceptisch gestemd jegens deze botteling. Heel nieuwsgierig was ik er niet naar. Maar by Jove, wat een ontzettend lekkere en door de tijd steeds maar weer positief verrassende dram! Zo'n beetje om de paar minuten loste de Jura een ander, geraffineerd aroma; de smaak liep hieraan parallel, en de afdronk deed enthousiast mee. De Glenrothes was op slag vergeten, en het was dan ook de Isle of Jura van Archives die ik die avond in mijn fietstas naar huis voerde (en ook nog een Millstone 100 Rye -50%- waarover ik inmiddels ook erg enthousiast ben, maar dit terzijde).


maandag 26 maart 2012

Verdampt!


Onlangs weer eens wezen buurten bij de Whiskybase-shop (en daar natuurlijk niet met lege handen vandaan gekomen: de Highland Park van Archives, Second release en een Longrow Burgundy Wood, wellicht daarover later meer). In gesprek met Cees-Jan passeerden weer eens allerlei whiskywetenswaardigheden de revue. Toen ik vertelde van mijn aanschaf van de Premier Barrel Laphroaig in aardewerken fles, op de 'Peppelweg', leek er een blik van herkenning bij Cees-Jan: 'En aardewerken fles? Keramiek?', vroeg hij. Ja, een retro-ding. Leuk om te zien, maar je kan niet zien hoeveel er nog in zit, bevestigde ik. Daarop zei Cees-Jan dat hij me wat wilde laten zien. Hij verdween in het privédeel van de winkel om kort daarop terug te komen met een duidelijk gevuld blauwfluwelen zakje met goudborduursel. Hij zette het zakje op de toonbank en knoopte het gouden sluitkoordje los: het zakje bleek een blauw aardewerken flesje te bevatten dat gesloten was met een zilveren dop en een zilveren zegel.  Het flesje straalde een 19e-eeuwse luxe uit, het British Empire in al zijn glorie en zo...Hier moest wel een heel speciale whisky in zitten! (Dat het om een whiskyfles ging was natuurlijk duidelijk).
Cees-Jan nodigde mij uit het flesje op te tillen, na mij nog eens nadrukkelijk op het onverbroken zegel te hebben gewezen. Ik kreeg nu wel een vermoeden, en dat werd bewaarheid toen ik het flesje ophief: het woog zowat niks! Het was leeg!  Dat er ooit iets lekkers in gezeten moest hebben was duidelijk, dat er nu niks meer in zat was ook duidelijk, maar hoe?...Cees-Jan nam de fles over. Hij draaide hem om, en wees op de ongeglazuurde onderrand, de richel waarop de verder geheel geglazuurde fles bij het bakken in de oven had gestaan, lang geleden....ongeglazuurd aardewerk is poreus....in de loop van tientallen jaren is de ongetwijfeld smakelijke inhoud van de fles door die ongeglazuurde rand heen verdampt!
dit is niet de fles die Cees-Jan liet zien

De fles, zo vertelde Cees-Jan, was in de winkel terechtgekomen door een oudere dame uit de buurt die 'm (met nog wat whisky's in glazen flessen, zo begreep ik) langs was komen brengen.
En ach, over m'n Laphroaig Premier Barrel (bott. Douglas Laing) hoef ik me geen zorgen te maken. Het is een weliswaar jonge (7 jaar) Laphroaig, single cask, van 46%, maar hij heeft wel de karakteristieke rokerigheid van het merk, heeft een volwassen olieachtigheid, smaakt zilt met zoete en kruidige tonen en biedt een lange, prettige afdronk. Dus die is over een jaar al leeg; maar niet door verdamping....
van deze 'decanter' zijn er 366

zaterdag 10 maart 2012

Turf en rook

afbeelding gemaakt door schrijver dezes

Om het ontkiemingsproces van de gerst te stoppen, en dat wil je als je er whisky van wilt maken, moet je de boel verhitten. En dat doe je door de gekiemde gerst in een 'kiln', een soort oven, te stoppen.
En als je dan voor de verhitting een turfvuur gebruikt onder het rooster waar de gekiemde gerst op is uitgespreid, dan leg je de basis voor een peated whisky. Ik hou daar wel van, van die turfwhisky's.

Waar rook is is turf, maar hoeveel?
Volgens mij gaat het bij peated whisky's om twee extra smaakcomponenten: de smaak van de turf en de smaak van de rook. Er zijn 'peated' whisky's waar ik duidelijk de turf in proef, maar nauwelijks iets rokerigs, er zijn er waar veel rooksmaak aan zit, maar nauwelijks iets van turf, en er zijn er waar turf en rook tegelijk om de aandacht strijden. Ik kan me voorstellen dat die turf/rook-smaakverhouding te maken heeft met de felheid van het vuur (heet, veel vlammen en weinig rook, of relatief koel, smeulend met veel rook). En dat zou weer te maken kunnen hebben met de brandbaarheid van het type turf. Maar dat bedenk ik zomaar, dus het kan net zo goed onzin zijn.
Om een voorbeeld te geven van verschillen in de smaakverhouding die ik ervaar: Als ik m'n neus hang boven een Ledaig, dan ruik ik van alles, en heel nadrukkelijk ook 'peat', maar nauwelijks of geen rook. Het eerste aroma dat je boven een Ardbeg of Laphroaig tegemoetkomt is dat van een volle asbak: rokeriger kan bijna niet. Pas daarna ruik je de turf.

Asbakken en zilte turven
De rookgeur en -smaak die ik in whisky's proef is zelf ook weer een samenspel van elementen. Er is het 'standaard' rookaroma, een soort basisgeur die je inderdaad bij asbakken, maar ook bij houtvuren tegenkomt. En aan die basis kunnen dan weer andere geuren en smaken kleven. Zo kon ik onlangs 'rookworst' onderscheiden in een verder weinig rokerige Balblair, en ook niet zo lang geleden proefde ik toch echt gerookte paling.
En dan zijn er de verschillende types turf. Elke streek in Schotland heeft z'n eigen turfsamenstelling, afhankelijk van wat er groeit en bloeit en het soort aarde, en van de beesten die er leven, poepen en sterven, en ook afhankelijk van de invloed van bijvoorbeeld de zee (ziltige grond?).
Meer dan bij de rookwaarneming komen in het turfaspect dan ook de regionale verschillen tot uiting. Om een voorbeeld te geven: Tot nu toe ben ik één keer in Schotland geweest, en wel op de Orkneys. Je hebt daar hoogveengebieden met heide. Je ruikt die heide duidelijk als je er rondwandelt. En in de Highland Park-whisky's, die helemaal niet rokerig maar wel licht turfachtig zijn, ruik ik die heidelucht weer terug.

woensdag 29 februari 2012

Proeven en leren...

Gisteravond aangezeten bij een proeverij van whiskybase-shop in Rotterdam. 't Was in het van tv voor sommigen vast wel bekende restaurant Branco Zwaanshals, recht tegenover de whiskywinkel. Een interessante proeverij, die mij onder meer leerde dat ik voor 40%-ers eigenlijk al te veel verwend ben. Dat ik aan het eind van de proeverij a.h.w. m'n neus ophaalde voor een Highland Park 12 waarmee de proeverij begon, doet wat dat betreft het ergste vrezen. Wie benieuwd is naar de proeflijst van gisteren en mijn aantekeningen daarbij verwijs ik naar de proeverijenpagina van Singelwhisky.
Tussen al het gesnuif en genip door wisten Menno en Cees-Jan van Whiskybase heel veel te vertellen over de betrokken whisky's, hun distilleerders en bottelaars, over het wereldje van onafhankelijke bottelaars, het distilleren en lageren van whisky in het algemeen, over Van Wees en het in de Rotterdamse haven gezonken schip met whisky (of is er nou 2x een lading whisky in die haven terechtgekomen?), het verschil tussen vaten van oud en van nieuw hout, dat de OB's zo'n beetje allemaal hun standaardalcoholpercentage aan het verhogen zijn, en waarom je whisky van 40% eigenlijk niet moet verdunnen, ook niet met een paar druppels. Want dan is het geen whisky meer...(als u de regels kent begrijpt u waarom). Prima proeverij, wat mij betreft. En ja, dan volgt de afrekening. En dat is voor de handigheid in de whiskywinkel zelf...Ik ben dus naar huis gegaan met in mijn fietstas een fles Cragganmore van Edition Spirits waar ik eigenlijk al een beetje mijn zinnen op had gezet bij mijn laatste bezoek aan de whiskywinkel.
de fles die gisteren in m'n fietstas zat