zondag 10 februari 2013

Het Nieuwe Vaatje


De kameel

Een paar weken geleden gaf CJ mij een ongelabelde sample mee. Hij was benieuwd, zei hij, of ik zou kunnen raden wat het was, en liet zich er verder niet over uit. Nou ben ik helemaal niet zo’n goede blindproever, behoorlijk slecht eigenlijk, dus veel fiducie dat ik erachter zou komen had ik niet. Maar nieuwsgierig was ik wel. Dus onlangs het flesje dan maar eens opengeschroefd. Hé, maar dat is makkelijk! Dit kon niks anders zijn dan de gefermenteerde urine van een tuberculeuze kameel! Zout, zuur en bitter streden in de twee nipjes die ik nam om voorrang…Zelden zo iets smerigs geproefd! M’n neus moest het enige tijd zonder slijmvlies doen (herstel is inmiddels ingetreden, dank u).
Mijn analyse heb ik meteen aan CJ voorgelegd. En zat ik er ver naast? Dit is CJ’s verhaal, luister:

Het nieuwe vaatje

CJ was natuurlijk op de hoogte van mijn onderzoek naar virgin oak whisky’s. Hij heeft mij daar zelfs goed mee geholpen (zie mijn vorige blog).
Zelf is hij ook met een soort onderzoek, of liever experiment bezig. Hij heeft in Schotland een nieuw eiken vaatje van 25 liter aangeschaft. Hoe kleiner het vat, hoe inniger het contact tussen hout en de inhoud (dat is pure meetkunde). En bij nieuw eiken is een klein vaatje al snel funest voor de new spirit die in het vaatje te rijpen wordt gelegd. Dus CJ wilde het indringendste ‘hout’ eraf halen door er een refill-vaatje van te maken. Hij vulde het vaatje met een slechte bourbon, waar toch niets aan verpest kon worden. En na een paar maanden was CJ nieuwsgierig hoe het ermee stond. Hij tapte wat van de inhoud van het vaatje af. Zelf had hij nog niet de gelegenheid om het te proeven. Of zo. Maar mijn ‘nieuw-eikenonderzoek’ indachtig gaf hij mij dus een sampletje van het goedje mee. En nu ben ik dus expert in virgin oak. Ik weet wat nieuw eiken kan doen, en dat zal ik nooit meer vergeten!


vrijdag 4 januari 2013

Maagdelijk eiken


Waarom precies weet ik niet, maar een tijdje geleden werd ik nieuwsgierig naar single malts die gerijpt zijn op nieuwe (natuurlijk eiken) vaten. Naar mijn idee was ik tot nu toe alleen maar malts tegengekomen die op z’n minst zijn gerijpt op een first fill bourbon hogshead…Bestaan er eigenlijk wel single malts die puur en alleen op nieuw eiken zijn gerijpt? Van bourbon weten we het. Bij de Amerikanen is het zelfs voorschrift: die mogen alleen maar op nieuw eiken rijpen. Maar bij de Schotten? Nieuw eiken kan een heel krachtig stempel op whisky zetten, flink veel vanille bijvoorbeeld, en citrus, maar ook veel te veel houtigheid. Volgens mij is het best tricky…Maar goed, als je niet zoekt, vind je nooit wat, en als je niet vraagt krijg je ook geen antwoord. Dus ben ik er maar eens ingedoken. En jawel! Diverse whisky’s roepen op hun etiket iets met ‘virgin oak’! Maar als je die etiketten en/of het verhaal van de distilleerder eens wat nader onderzoekt, zie je in kleinere letters erbij staan ‘finished in’ (en dan zeggen ze ook nog eens nooit voor hoe lang gefinished). Voel ik me toch bij de neus genomen, eerlijk gezegd.
Maar dan toch…de mannen van de whiskybase-shop wisten van mijn zoektocht, en vlak achter elkaar kreeg ik 2 mailtjes: "waarschijnlijk hebben we een echte virgin oak te pakken: de Bunnahabhain Darach ùr" en: "de BenRiach 2000, speciaal gebotteld voor The Netherlands (oplage 309 flessen)". Ik heb beide flessen natuurlijk meteen gereserveerd en z.s.m. voor onderzoek in huis gehaald.

Het nieuw-eikenonderzoek

Inmiddels is dat onderzoek achter de rug. Hier zijn de resultaten:
Wat ik leuk had gevonden, dat het om Europees nieuw eiken zou gaan, is bij de Bunna zeker niet (Amerikaans eiken) en bij de BenRiach waarschijnlijk niet (ze zeggen er niks over) van toepassing. En omdat beide producenten NIET met zoveel woorden zeggen dat het om volledige rijping op nieuw eiken gaat, moeten we beslist niet uitsluiten dat we toch ook hier met finishing op virgin oak van doen hebben…tja. Dit gezegd hebbende, kan ik van beide drams stellen dat het met de neus wel goed zit: vanille en eikenhout, maar niet overdreven, fruitig allebei, en allebei lekker vol. De Bunna heeft een zuurtje, de BenRiach weeft er  een andere frisse toon door.
Maar dan in de mond: de Bunna maakt het wat mij betreft bij lange na niet waar. Het eikige, kruidige overheerst en kapt andere smaken te veel af. Dat resulteert in een wat schraal mondgevoel, het blijft voor in de mond hangen, aan de scherpe of misschien beter, droge kant. De finish is, hoewel vrij lang, van eenzelfde droogte, niet om lang na te genieten. Al bij al niet echt slecht, maar absoluut niet iets bijzonders. En dan ook nog eens niet het idee dat je een Bunnahabhain te pakken hebt. Ik geef ‘m 79 punten en veel hoger zal dat in de toekomst niet worden.

De BenRiach maakt de belofte van de neus een stuk meer waar: een volle smaak die door de hele mondholte trekt: duidelijk eikenhout, maar veel beter in balans met de andere smaken zoals een zoetige mouttoon, kokosnoot en divers fruit. De afdronk is prettig lang en warm. Ik ga op een 87 zitten. Voor nu.

Dat beide drams aan bourbon doen denken is niet vreemd als het inderdaad om virgin oak gaat. En toch blijven de twijfels…De BenRiach, heeft die inderdaad 12 jaar op nieuw eiken gestaan? Twaalf jaar? De Bunna laat niets over leeftijd los…Ik zou graag een whisky tegenkomen die gegarandeerd alleen op nieuw eiken is gerijpt. Wie d'r een weet...?

Overpeinzingen over nieuw eiken



zondag 30 december 2012

Bere goed?


De Bruichladdich distilleerderij op Islay is niet vies van een experiment. Dat weet ik uit de 'vakliteratuur', want vreemd genoeg was mijn eigen ervaring met deze whiskymaker tot voor kort beperkt tot twee producten: de rum cask festivalbotteling voor het IWF van 2010 (toen nog in Leiden) -een prima dram- en de Waves die ik nogal vond tegenvallen. Ik reken dan niet mee de diverse Port Charlotte's uit de Bruichladdich-keuken die ik ooit proefde. Maar goed, waar ik het hier over wil hebben is de Bruichladdich Bere Barley 2006. Whiskybaas Cees-Jan attendeerde mij een paar weken geleden op het bestaan van deze uit een prehistorische gerstsoort gedestilleerde drank. Met enige scepsis, maar toch ook nieuwsgierig, en over de streep gehaald door de redelijke prijs, schafte ik dan maar een flesje aan.

Het verhaal achter bere

OK, 'bere', wat is het verhaal erachter? Het gaat hier om een oude gerstsoort afkomstig uit het vruchtbare oude landbouwgebied tussen Eufraat en Tigris dat waarschijnlijk door de Noormannen meer dan 1000 jaar geleden naar Schotland is meegenomen, waar die zich na eerst wat geplunder metterwoon vestigden.. Je spreekt 'bere' overigens uit als het Engelse 'bear'.
Hoewel het gewas goed groeit op diverse Schotse eilanden, levert het nog niet half zoveel graan op als moderne gerst, en is het lastig te oogsten. Toch durfde het zichzelf innovatief noemende Bruichladdich het experiment wel aan, in samenwerking met het Orkney College Agronomy Institute. Bij Kynagarry Farm op Islay werden enkele velden met bere ingezaaid. Dat was in 2005. Een jaar later werd geoogst wat de omwonende edelherten hadden laten staan. En dat de bere toch wel wat anders is dan moderne gerst, bleek in het verdere productieproces. Zo was de grist van de bere veel rijker en dikker dan we nu gewend zijn en daardoor lastiger te verwerken. Maar uiteindelijk ging de new spirit dan toch in 2006 op het vat. En in oktober dit jaar leverde dat 7200 flessen op. En daar heb ik er nu een van.

Gimmick of waardevol?

Blijft de vraag, is het een gimmick, of levert dit experiment iets van whiskywaarde op? En mijn antwoord is, en daar ben ik niet de enige in: deze bere-whisky voegt echt iets toe, het is echt een bijzondere dram. De bere geeft deze jonge whisky iets volwassens, iets doorleefds bijna (ja, sorry voor dit zweverig taalgebruik, maar beter weet ik het ook niet te zeggen); geur en smaak hebben tonen die ik niet eerder rook en proefde, en die heel goed combineren met bijvoorbeeld het zoet en fruitige van het eikenhout; een wonderlijk goeie balans. Ik gaf deze dram 88 punten, maar ik zie het ervan komen dat ik na nog een paar glaasjes hoger ga zitten. Deze Bere Barley moet je leren kennen, maar de eerste kennismaking is al veelbelovend!

prehistorische boeren lustten er wel pap van...
Zie voor mijn whiskynote over deze fles whiskybase.com (commentaar van ducksingel)

woensdag 28 november 2012

Felicitaties!

Natuurlijk, ik kan natuurlijk niet nalaten Whiskybase.com te feliciteren met het 1-jarig bestaan van hun on- en offlineshop op 29 november! Bij dezen:


maandag 19 november 2012

Whisky op z'n Schots


Toch altijd weer een evenement, dat International Whisky Festival Holland, dat afgelopen zaterdag 17-11 in de Grote Kerk in Den Haag plaatsvond. Ik ga er hier geen verslag van doen, want je moet zoiets echt zelf meemaken om er een goede indruk van te krijgen. Maar één ontmoeting die ik op het festival had, wil ik hier wel vermelden, omdat die ten eerste  bevestigde dat Schotten rare whiskydrinkers zijn, en ten tweede toevallig mooi aansluit bij de twee voorgaande blogs (die over het druppelen en over de eh,…vreemde drankideeën van een Rotterdamse ambtenaar).
Het ging zo, zaterdag: Na al van alles geproefd te hebben, belandde ik bij een kraampje dat niet veel meer te bieden had dan twee blended whisky’s, Sheep Dip en Pig’s Nose. Die eerste ken ik, een blended malt. Het is geen slecht spul, zo herinner ik mij. De tweede kende ik alleen van naam. Ik geloof dat whiskygod Jim Murray zich er ooit positief over uitliet. Ik drink nauwelijks nog blends, en op dit festival wilde ik er niet meer dan 1 proberen. Dat werd dus de Pig’s Nose.
Die werd mij ingeschonken door een korte Schot, die mij trots vertelde dat er wel 40% malt in de blend zit…En ja, dat had ik dus goed begrepen, 60% graanwhisky. Ik moest maar een slokje zo nemen, en dan daarna met een paar druppels water erbij. Ik had er eigenlijk al geen trek meer in na al het moois dat ik eerder had geproefd, maar goed, ik wilde de kleine Schot ook niet voor het hoofd stoten, dus nipte ik wat. Slappe hap, vlak, geen enkele diepte, vond ik. Dat was vast aan mijn gezicht af te lezen, want de kraamwerker had al een pipet met water gevuld en spoot die helemaal leeg in mijn drammetje. Niet een paar druppels dus, maar een flinke straal, en met een uitdrukking op z’n gezicht van: ‘dan moet je nou maar eens proeven, je weet niet wat je meemaakt’ vertelde hij, terwijl ik het glaasje weifelend aan de lippen bracht, dat hij z’n Pig's Nose altijd 50-50 met water bijvult….Ik moet een verbijsterde uitdrukking op m’n gezicht hebben gehad, waardoor de kleine man aan gene zijde van de kraam waarschijnlijk in de gaten kreeg dat hij met die opmerking een potentieel geïnteresseerde had verjaagd. Voor de vorm nam ik dan nog maar een nipje terwijl ik een terugtrekkende beweging maakte richting spoelwateremmers. En ik bedacht me dat ik het inderdaad meer had gehoord, dat veel Schotten hun whisky tot bijna homeopathische verhoudingen aanlengen (toch die Schotse eh,...zuinigheid weer?). Een snelle berekening leerde dat als je een dram van 40% ABV 1:1 aanlengt met water, het resultaat een goedje is van 20% sterkte…En dat zet die ambtenaar in het blog Ambtenaar vindt whisky light uit toch weer in een minder extreem perspectief, met z’n 15%.

Ik kwam overigens zaterdagavond thuis met de festivalbotteling: een Glendronach 10 years sherry butt op vatsterkte (55,8%), een pittig sherrymonster.

Grote Kerk, Den Haag, met Pig's Nose

de speciale festivalbotteling