zondag 30 juni 2024

Laatste blog, nieuwe website

 De blogpost hieronder dateert van 10 jaar geleden. Het is meteen ook de laatste formele blogpost van Singelwhisky. Maar met een eigen website laat Singelwhisky nog steeds van zich horen!



zaterdag 25 januari 2014

Friese op bourgogne gefinishte blended malts

En daar staan ze dan, in mijn whiskykast, vanmiddag bezorgd door Selektvracht, helemaal uit Leeuwarden: de Selectie Donker Pure Highland Malt 12 years old, en de Donker Klassiek Very Old Scotch Malt, 16 jaar oud. Beide op 40% afgevuld. De door Wijnkoperij Donker op eigen bourgognevaten gefinishte bottelingen. Zowel Donker als zijn bottelingen bleken volkomen onbekenden in de illustere wereld van de Whiskybase met zijn nu 47.479 geregistreerde en gevalideerde whisky's en zijn 14.617 leden wereldwijd. Uit de website van Donker maak ik op dat ze er toch al een tijdje bezig zijn met hun whiskygeknutsel.
Normaal gesproken zou ik ook niet zo gauw omkijken naar blended malts op 40%, toch meer het Single Cask - Cask Strength type dat ik ben.
Maar een ontdekking doen op whiskygebied, ja, daarvoor laat ik mijn arrogante stoerproevershouding  toch wel even varen.
Een vriend met Friese roots zette mij op het spoor. Hij had uit zijn heitelân nu iets gekregen dat duidelijk uitsteeg boven het eigen brouwsel van Frysk Hynder dat, behalve de grappige dop, weinig aantrekkelijks te bieden heeft. Heel veel meer dan dat hij het lekker vond, dat het 12 jaar oud en 40% was, en dat het ven ene slijterij Donker uit Leeuwarden kwam, wist hij niet te vertellen. Maar dat was genoeg om mijn nieuwsgierigheid op te wekken.
Ik ben dus gaan zoeken op de whiskybase, waar ik stuitte op 0,0 informatie, en vervolgens via google verder op internet. En van de daar aangetroffen bescheiden website kwam ik via e-mail terecht bij wie ik denk dat de eigenaar van Wijnkoperij Donker is. En die vond het leuk, die belangstelling uit het westen voor zijn producten. Hoewel hij er niet veel over kon en mocht vertellen, liet hij wel doorschemeren dat zijn malts van gerenommeerde Highland en Speyside distilleerderijen af komen.
Toen ook nog bleek dat een 12y botteling € 21 en een 16y botteling € 24 kost, wilde ik het experiment wel aan! Vanavond gaat de 12y Pure Highland open...
(de 16y probeer ik gesloten te houden tot een proeverij met whiskyvrienden, begin februari)

Geen standaardflessen, plastic schroefdoppen...wat staat ons te wachten?

zondag 17 november 2013

Leerzame kerkgang

Elke keer leer ik weer van alles tijdens  zo’n festivalbezoek. Zoals zaterdagmiddag 16 november, op het International Whiskyfestival Den Haag. Dat Port Askaig wel een nieuwe naam in Islaywhisky is, maar geen nieuwe distilleerderij. Port Askaig is gewoon Caol Ila, maar gebotteld door Speciality Drinks Ltd. En dat levert naar ik begrijp mooie flessen op tegen een vaak redelijke prijs. Moet ik in de gaten houden.
En wat ik ook in de gaten moet houden: Glentauchers. Die komen eigenlijk niet met eigen bottelingen op de markt, zo’n beetje alles gaat in diverse blends. Maar via onafhankelijke bottelaars ontsnapt er wel eens een vat. M’n eerste Glentauchers (dat was dit jaar), een botteling van Commitment to Malt, beviel me uitstekend. En gisteren proefde ik er een van Archives (net als CtM een Nederlandse bottelaar) en weer was ik blij verrast, helemaal toen ik de prijs vernam (ongeveer € 45); en er was er eentje van Signatory, met 5 dram toeslag,…zeer goed!
Heel verrassend in positieve zin was ook een Aberlour uit de IB-serie The Golden Cask. Nu eens geen gesherryde productie. En zo proefde ik volgens mij hoe Aberlour echt smaakt, en begrijp ik niet waarom ze zo’n beetje hun hele productie op sherryvaten te rijpen leggen.
Leerzaam was ook de dram new spirit die ik proefde (69,8%, dat is zo’n beetje het hoogste waarmee malt whisky uit de ketel kan komen). Ik had wel eens eerder een new spirit gedronken, maar pas nu besefte ik dat whisky anderhalve eeuw geleden zo werd gedronken, en dat je zo heel goed kunt proeven wat ‘het hout’ voor invloed heeft. En dat je flink moet oppassen bij dit soort alcoholpercentages.
Maar wat ik zeker ook heb geleerd is dat je smaak steeds verwender wordt, hoe langer je in de whiskywereld rondloopt. Kon ik mijn eerste IWF’s nog makkelijk rondkomen met 10 extra drams, en kon ik nog wel aan behoorlijk wat standaardbottelingen plezier beleven, nu wist ik met gemak 40 extra drams te besteden en blijkt mijn interesse in het standaardwerk ernstig verflauwd. Natuurlijk is de gemiddelde whiskyprijs flink gestegen de laatste jaren, maar dat was zeker niet de enige oorzaak van mijn fors verhoogde dramuitgaven.
En buiten het leren waren de rondjes door de kerk ook gewoon weer aangenaam. Met de gebruikelijke verbazing over de uitdossing van sommigen (dat je bij een non-whiskykraam een Schotse baret met oranje clownshaar eraan kunt kopen, is voor een enkeling genoeg om dat ook te doen en het ding meteen op te zetten. Bijvoorbeeld). En met de gebruikelijke ergernisjes over die bezoekers die met hun groepje doodleuk de doorgang belemmeren door pontificaal in het gangpad hun drammetjes te gaan staan bediscussiëren, of wat dan ook. 
Met de twee festivalbottelingen onder de arm verliet ik dan ook met voldoening het zoetig-moutig ruikende godshuis.


zaterdag 12 oktober 2013

Help mee aan whiskydocumentaire!

Een documentaire met als onderwerp (en titel) Nederland whiskyland is in de maak. Lees er op de gelijknamige site meer over. Wij van Singelwhisky zijn in ieder geval zo enthousiast, dat we een bijdrage in de productiekosten hebben overgemaakt. En dat zou elke whiskyenthousiasteling kunnen doen...Er is best nog wel wat geld nodig om de documentaire af te krijgen.

Ledaig

We hebben een zwak voor Ledaig (spreek uit: led-tsjeek): een krachtige, beetje boerse whisky. Naast de fruitige tonen als appel en peer, zijn het vooral de turf, het gras, en wel degelijk de mesttonen die ons aanspreken. Ledaig wordt gestookt in de Tobermory Distillery, de enige distilleerderij op het eiland Mull. Ledaig is de geturfde variant van Tobermory. Van Mull gaat de new spirit eerst naar de Deanston Distillery op het vasteland waar die in de vaten gaat. En vervolgens gaan die vaten naar de opslag van Bunnahabhain op Islay om te rijpen.
Tot nu toe heeft Singelwhisky 6 Ledaigs in huis gehaald, allemaal van onafhankelijke bottelaars. En 5 daarvan krijgen een cijfer rond de 90. Van de zesde (een 15 jaar oude Gordon & MacPhail refill sherry hogshead) zit de fles nog dicht.
De laatste die we proefden is de ook 15 jaar oude Blackadder sherry-but van 62,2%. Goed voor 91 punten!

Op een rijtje:
Archives 2004, First release
Whisky-Doris 2001
Whisky-Fässle 2005, Duck Edition
Commitment to Malt 2005
Gordon & MacPhail 1997, Reserve
Blackadder 1998, Raw Cask

whisky van de maand
heel benieuwd

maandag 30 september 2013

Hoe whisky rijpt op het vat

Een duidelijke uitleg van wat er met de new spirit gebeurt op het vat om uiteindelijk whisky te worden.
De opname op zich is niet erg professioneel, de dame van Oban die hier presenteert wel.

woensdag 17 juli 2013

Hoe 't zit met de vaten...

Nou, eindelijk weet ik hoe het zit: de amber- en goudkleurige whisky's hebben gerijpt op Amerikaans eiken (dus zeg maar op Bourbonvaten, de roodkleurige whisky's komen uit Europees eiken vaten. Dat zijn vaak sherryvaten, maar de kleur komt dus niet van de sherry (wat ik tot voor kort dacht). Zie dit korte filmpje:

dinsdag 9 juli 2013

laat maar doorkomen...

Dat het een tijdje stil is geweest op dit blog betekent niet dat ik stil heb gestaan of gezeten op whiskygebied. Integendeel. Tijdens een aantal interessante proeverijen en een bezoek aan L&B whisky café in de hoofdstad, heb ik flink wat bijzondere en/of voor mij nieuwe drammetjes door laten komen. En bij bezoeken aan mijn stamslijterij op de Zwaanshals, maar bijvoorbeeld ook in de Gall&Gall op de Peppelweg heb ik leuke inkopen kunnen doen. En dat mijn verjaardag ook nog voorbij is gewapperd, bracht eveneens een prettige uitbreiding van de inhoud van mijn whiskykast met zich mee. Het aantal flessen wat daarin voorlopig gesloten wordt bewaard, neemt fors toe. Het is niet bij te drinken, om het zo maar eens te zeggen.
Om een idee te geven van wat ik ben tegengekomen, noem ik hier de whisky's die ik waardeerde met 88 punten en meer. Die waardering is dan niet gebaseerd op een enkel proefglaasje (ik ben helemaal niet goed in het op basis van 1 sampletje een gefundeerd cijfer geven; ik moet een whisky daarvoor een paar maal hebben geproefd, dus dan gaat het meestal om spul uit m'n eigen kast).


Ben Nevis, Alembic Classique - 90

Mooie balans tussen sherry en de typische Ben Nevis-tonen. Zacht ondanks de sterkte van 57,1%









Amrut Portonova - 89

Eigenlijk de eerste geslaagde portfinish die ik ken (zoveel heb ik er overigens nog niet gehad). Uit India dus.









 Auchroisk, Asta Morris - 88

Mijn eerste Auchroisk en meteen een schot in de roos: vol, olieachtig en creamy, zelfs al in de neus! Qua mondgevoel voor mij een van de beste whisky's
Bladnoch 2001, lightly peated - 88

Deze kleine Lowland-distilleerderij in privé-eigendom brengt stilletjes vaak heel aardige bottelingen op de markt. Dit is er zeker één van.
 Deanston, Whiskybroker - 88

Deanston heeft niet een echt goede reputatie, maar soms wel een uitschieter. Dit is er een van. En ook nog een prima prijs/kwaliteitverhouding. En mijn eerste Deanston.
Glentauchers, Commitment to Malt - 88

Deze distilleerderij produceert vrijwel uitsluitend voor blends. Er zijn veel en veel meer onafhankelijke bottelingen dan eigen releases. En dit is dus een onafhankelijke (Nederlandse) botteling. Ook weer een eerste kennismaking voor mij. Niet gek!
Ledaig, Commitment to Malt - 88

Ik ben een fan van het bijna worstachtig vette van deze zwaar geturfde whisky. Deze botteling is wat mij betreft ook weer helemaal raak.








een Speyside, Archives - 88

Eentje uit de nieuwe serie van Archives, het label van de mannen achter de whiskybase. Het blijft onder ons, maar men fluistert dat het om een Glenfarclas gaat. In ieder geval een heel mooie botteling, de Archives-range zeker waardig.





maandag 20 mei 2013

Bedorven of verrijkt? (3)


Maar hoe test je nu op een enigszins wetenschappelijk verantwoorde manier of de vacuvinmethode echt werkt? Of dat het niet uitmaakt? Of dat de methode een heel eigen invloed op de whisky heeft?
Volgens mij moet het volgende testproces een redelijk objectief resultaat opleveren.

Testopstelling: 2 ongeopende flessen van dezelfde batch van een liefst zeer aromatische malt (suggestie?) + 1 schone, lege fles van gelijke vorm + 1 schone vacuvindop + 1 schone glazen of rvs trechter
Test:
Open een van de flessen met de malt en giet de helft ervan in de lege fles. Sluit de originele fles met de eigen dop, de overgietfles met de vacuvin-dop.
Na 1 maand: proef uit beide flessen een sample (laat iemand met goede tastingvaardigheden meeproeven). Probeer blind te proeven.
Noteer wat je proeft bij elke sample.
Na 2 maanden: zie na 1 maand
Na 3 maanden: zie na 1 maand
Na 1 jaar: zie na 1 maand + dat je de tot nu nog ongeopende fles opent en ook daarvan een sample meeproeft.

Bevindingen
De tastingnotes moeten nu uitsluitsel geven:
zijn er over de hele periode geen noemenswaarde tastingverschillen tussen beide eerste flessen, dan maakt de vacuvindop niet uit. Zijn er wel verschillen, dan maakt het gebruik van vacuvinstoppen wel uit, maar pas na chronologisch vergelijken van de tastingnotes valt uit te maken in welk opzicht. Als de vacuvins doen wat ze beloven, moet er niet alleen een behoorlijk verschil zijn tussen de eindtastings, maar moet de eindtasting (na een jaar dus) van de vacuvinsample niet (veel) verschillen van de eerste tasting van de pas na een jaar geopende fles, terwijl er bij de originele dopfles na een jaar wel een aanmerkelijk verschil is met die pas na een jaar geopende fles.

En zo moet het naar mijn idee een behoorlijk objectief resultaat opleveren. (wordt vervolgd)


Bedorven of verrijkt? (2)



Trek je een (vacuvin)vacuum in de fles, dan, zo gaan er stemmen, zullen er aromatische stoffen uit de whisky in dat vacuum worden gezogen, wat een verlies aan 'neus' en smaak zou opleveren. Ik betwijfel of dat zo is. Open je een vacuvin-gedopte fles, dan 1. hoor je lucht erin sissen (erin, want om aan te nemen dat er overdruk in de fles is ontstaan is natuurlijk onzin), en 2. er komen je geen aroma's tegemoet. Stel dat er wel aroma's het vacuum inkomen, dan denk ik dat die weer in de whisky gedrongen worden door de explosie van lucht die bij opening naar binnen slaat. Zou er op het moment van opening toch boven de whisky een mengsel van 'buitenlucht' en uit de whisky getrokken aroma's bestaan, dan zou je dat aan de mond van de fles moeten ruiken: een extra aromatische beleving, heviger dan gebruikelijk. Die is mij nog niet opgevallen.
In het onderzoek dat er tot nu toe over het vacuvinsysteem i.v.m. wijn is gedaan, wordt dit verschijnsel ook nergens genoemd.

Wat in verband met wijn wel wordt opgemerkt, is dat het vooral bij wijn die eigenlijk 'nog even moet liggen' helemaal geen kwaad kan om een paar dagen op een geopende fles onder de eigendop of kurk te staan. De jonge wijn rijpt er sneller door af. Zou dat dan ook voor whisky gelden? En zou überhaupt whisky alleen maar rijker kunnen worden door het contact met zuurstof? Er zijn wel degelijk whiskyliefhebbers, en niet de minsten, die dit beweren. Maar zouden dan die verhalen over bedorven whisky uit de duim zijn gezogen? Of kan dat bij hele oude, doorgerijpte whisky's wel gebeuren, dat ze 'overrijp' raken?
Allemaal vragen en mogelijkheden die mij weer deden twijfelen aan de zin van mijn vacuvinsysteem. Een verdere speurtocht naar beargumenteerde zekerheid in deze kwestie leverde niets anders op dan dat er op het gebied van de relatie wijn : vacuvin (nog) geen wetenschappelijk onderbouwde resultaten zijn. Laat staan voor  de relatie whisky : vacuvin. Moet ik het dan maar zelf doen? (wordt vervolgd)


zondag 19 mei 2013

Bedorven of verrijkt? (1)



Ik heb er al eens eerder een blog aan gewijd: het gevaar van bederf van kostelijke whisky in een geopende fles. Duik je op dit onderwerp de whiskywereld in, dan stuit je op het ene rampenscenario na het andere niks-aan-de-hand-verhaal. Volgens de meest pessimistische geluiden is whisky die achterblijft in een hooguit nog voor een derde gevulde fles binnen 6 maanden bedorven onder de invloed van de lucht (m.n. de zuurstof) die in de lege tweederde van de fles zit. De optimisten in het debat stellen dat whisky na opening jarenlang goed blijft, zelfs al zit er nog maar een bodempje in de fles. En dan is er ook nog het kamp(je) dat stelt dat het 'roesten' de smaak van whisky alleen maar ten goede komt.

Toen ik een handvol jaren geleden de eerste serieuze schreden zette op het whiskypad, en erachter kwam dat je voor het goede spul toch wel 2, 3, 4 of 5 maal zoveel euro's kwijt bent als voor een Famous Grousje,schrok ik behoorlijk van de bederf-en-doemscenario's. Stel dat die waar waren….
Ik vond het zeer slim van mezelf dat ik uit eigen beweging op een risicoverminderende actie kwam: gooi er, net als bij geopende wijnflessen, een vacuvin-stop op!
Onderzoek naar die stoppen wijst namelijk het volgende uit: omdat in Nederland  een gemiddelde luchtdruk heerst van 1010 mbar, kun je met de vacuvin-methode een onderdruk van 850 mbar halen (afhankelijk van het weg te pompen volume). Lucht bestaat voor 78% uit stikstof en voor 20% uit zuurstof. Bij een onderdruk van 850 mbar is de luchtinhoud met (850/1010) 84% teruggebracht, en het zuurstofgehalte tot (20%*16%) 3,2%. Dat is een factor 6.25, dus dan zou de oxydatie met diezelfde factor langzamer verlopen. Ter illustratie: wanneer whisky in het slechtste geval binnen 6 maanden zou oxyderen, dan zou dat onder een vacuvin-stop 37,5 maanden, dus zeg maar 3 jaar duren. Maar die zes maanden is dan gerekend vanaf het moment dat er nog ongeveer eenderde  in de fles zit. Als de vacuümstop er al van het begin af op zit, zouden we het over een verlengde houdbaarheid van vele jaren hebben.

Goed, met die mogelijk indrukwekkende houdbaarheidsverlenging in het vooruitzicht kocht ik destijds de Maasstedelijke Blokkers en Marskramers leeg aan vacuvinstoppen. De grijze kopjes op iedere fles werden het opvallend kenmerk van mijn whiskykast. Maar het debat over het vermeende whiskybederf ging natuurlijk gewoon door. (wordt vervolgd)


zaterdag 6 april 2013

Singelwhiskysite gerenoveerd

Vandaag maar eens de vernieuwde en uitgebreide website Singelwhisky geüpload. Verdwenen is de pagina Proeverijen. Die werd toch niet bijgehouden en waarschijnlijk nauwelijks bekeken. Nieuw zijn extra pagina's over OB's en IB's. Op de OB-pagina vind je ook een lijst met vrijwel alle op dit moment in werking zijnde Schotse maltdistileerderijen, voorzien van korte karakteristieken. En ook op die pagina staat een mooie BBC-documentaire over whisky van bijna een uur. Voor het gemak zet ik die ook hier onderaan in dit blog.
De andere pagina's zijn geactualiseerd en van dubbelingen ontdaan. De site blijft in eerste instantie gericht op mensen die nog aan het begin staan van een grote ontdekkingsreis door de wereld van whisky. En verdere uitbreiding is bepaald niet uitgesloten (denk bijvoorbeeld aan een pagina over blends, en aan eentje over niet-Schotse whisky's, of aan een speciale pagina voor andere dan malt whisky's). De whiskywereld is uitgestrekt en razend interessant...


maandag 1 april 2013

winterwhiskyweer


Zaten we vorig jaar met Pasen in tuin of op terras het voorjaar te vieren (dat overigens daarna weer eens vies tegenviel), nu zijn we blij als we niet helemaal gevriesdroogd de warmgestookte woning hebben weten te bereiken. Iedereen is de kou meer dan zat. Het enige voordeel van deze weersomstandigheden is dat je extra lang van de echte winterwhisky’s kunt genieten. Ik heb de laatste tijd een paar mooie van dat type aan m’n collectie kunnen toevoegen. Wat dat betreft kan ik nog wel enkele weken koude trotseren. Naast bijvoorbeeld de Uigeadail en de A’bunadh die al in m’n kast stonden, heb ik vorige week een heel fraaie Laphroaig op de kop getikt: de 13y refill butt (60,1%) van Van Wees’ The Ultimate Whisky Company. Alleen de neus van deze is al, eh…hartverwarmend! De smaak en de afdronk zijn van eenzelfde hoog niveau. Met deze dram smelt je ijsbergen! Hij staat ook niet voor niets op 11 in de top 25 van de whiskybase-shop, bijvoorbeeld.
Ik ben helemaal geen kenner van Ierse whiskey. Een goeie recensie van de nieuwe Connemara Peated Cask strength (58,6%) deed me dan toch maar eens zo’n paddy aanschaffen. En dat viel beslist niet tegen! Stevig, vol en prima in balans. Echt een dram om van te genieten in je natuurstenen huisje op de rand van de kliffen, terwijl de onstuimige, ijskoude Atlantische wind de ramen doet rammelen.
En toch en toch en toch….wordt het verlangen naar de eerste keer dat ik weer op het terras kan zitten met bijvoorbeeld die Auchentoshan van Commitment to Malt , of die gekke groene Glen Garioch van Kintra in de hand met de dag groter!


zondag 10 februari 2013

Het Nieuwe Vaatje


De kameel

Een paar weken geleden gaf CJ mij een ongelabelde sample mee. Hij was benieuwd, zei hij, of ik zou kunnen raden wat het was, en liet zich er verder niet over uit. Nou ben ik helemaal niet zo’n goede blindproever, behoorlijk slecht eigenlijk, dus veel fiducie dat ik erachter zou komen had ik niet. Maar nieuwsgierig was ik wel. Dus onlangs het flesje dan maar eens opengeschroefd. Hé, maar dat is makkelijk! Dit kon niks anders zijn dan de gefermenteerde urine van een tuberculeuze kameel! Zout, zuur en bitter streden in de twee nipjes die ik nam om voorrang…Zelden zo iets smerigs geproefd! M’n neus moest het enige tijd zonder slijmvlies doen (herstel is inmiddels ingetreden, dank u).
Mijn analyse heb ik meteen aan CJ voorgelegd. En zat ik er ver naast? Dit is CJ’s verhaal, luister:

Het nieuwe vaatje

CJ was natuurlijk op de hoogte van mijn onderzoek naar virgin oak whisky’s. Hij heeft mij daar zelfs goed mee geholpen (zie mijn vorige blog).
Zelf is hij ook met een soort onderzoek, of liever experiment bezig. Hij heeft in Schotland een nieuw eiken vaatje van 25 liter aangeschaft. Hoe kleiner het vat, hoe inniger het contact tussen hout en de inhoud (dat is pure meetkunde). En bij nieuw eiken is een klein vaatje al snel funest voor de new spirit die in het vaatje te rijpen wordt gelegd. Dus CJ wilde het indringendste ‘hout’ eraf halen door er een refill-vaatje van te maken. Hij vulde het vaatje met een slechte bourbon, waar toch niets aan verpest kon worden. En na een paar maanden was CJ nieuwsgierig hoe het ermee stond. Hij tapte wat van de inhoud van het vaatje af. Zelf had hij nog niet de gelegenheid om het te proeven. Of zo. Maar mijn ‘nieuw-eikenonderzoek’ indachtig gaf hij mij dus een sampletje van het goedje mee. En nu ben ik dus expert in virgin oak. Ik weet wat nieuw eiken kan doen, en dat zal ik nooit meer vergeten!


vrijdag 4 januari 2013

Maagdelijk eiken


Waarom precies weet ik niet, maar een tijdje geleden werd ik nieuwsgierig naar single malts die gerijpt zijn op nieuwe (natuurlijk eiken) vaten. Naar mijn idee was ik tot nu toe alleen maar malts tegengekomen die op z’n minst zijn gerijpt op een first fill bourbon hogshead…Bestaan er eigenlijk wel single malts die puur en alleen op nieuw eiken zijn gerijpt? Van bourbon weten we het. Bij de Amerikanen is het zelfs voorschrift: die mogen alleen maar op nieuw eiken rijpen. Maar bij de Schotten? Nieuw eiken kan een heel krachtig stempel op whisky zetten, flink veel vanille bijvoorbeeld, en citrus, maar ook veel te veel houtigheid. Volgens mij is het best tricky…Maar goed, als je niet zoekt, vind je nooit wat, en als je niet vraagt krijg je ook geen antwoord. Dus ben ik er maar eens ingedoken. En jawel! Diverse whisky’s roepen op hun etiket iets met ‘virgin oak’! Maar als je die etiketten en/of het verhaal van de distilleerder eens wat nader onderzoekt, zie je in kleinere letters erbij staan ‘finished in’ (en dan zeggen ze ook nog eens nooit voor hoe lang gefinished). Voel ik me toch bij de neus genomen, eerlijk gezegd.
Maar dan toch…de mannen van de whiskybase-shop wisten van mijn zoektocht, en vlak achter elkaar kreeg ik 2 mailtjes: "waarschijnlijk hebben we een echte virgin oak te pakken: de Bunnahabhain Darach ùr" en: "de BenRiach 2000, speciaal gebotteld voor The Netherlands (oplage 309 flessen)". Ik heb beide flessen natuurlijk meteen gereserveerd en z.s.m. voor onderzoek in huis gehaald.

Het nieuw-eikenonderzoek

Inmiddels is dat onderzoek achter de rug. Hier zijn de resultaten:
Wat ik leuk had gevonden, dat het om Europees nieuw eiken zou gaan, is bij de Bunna zeker niet (Amerikaans eiken) en bij de BenRiach waarschijnlijk niet (ze zeggen er niks over) van toepassing. En omdat beide producenten NIET met zoveel woorden zeggen dat het om volledige rijping op nieuw eiken gaat, moeten we beslist niet uitsluiten dat we toch ook hier met finishing op virgin oak van doen hebben…tja. Dit gezegd hebbende, kan ik van beide drams stellen dat het met de neus wel goed zit: vanille en eikenhout, maar niet overdreven, fruitig allebei, en allebei lekker vol. De Bunna heeft een zuurtje, de BenRiach weeft er  een andere frisse toon door.
Maar dan in de mond: de Bunna maakt het wat mij betreft bij lange na niet waar. Het eikige, kruidige overheerst en kapt andere smaken te veel af. Dat resulteert in een wat schraal mondgevoel, het blijft voor in de mond hangen, aan de scherpe of misschien beter, droge kant. De finish is, hoewel vrij lang, van eenzelfde droogte, niet om lang na te genieten. Al bij al niet echt slecht, maar absoluut niet iets bijzonders. En dan ook nog eens niet het idee dat je een Bunnahabhain te pakken hebt. Ik geef ‘m 79 punten en veel hoger zal dat in de toekomst niet worden.

De BenRiach maakt de belofte van de neus een stuk meer waar: een volle smaak die door de hele mondholte trekt: duidelijk eikenhout, maar veel beter in balans met de andere smaken zoals een zoetige mouttoon, kokosnoot en divers fruit. De afdronk is prettig lang en warm. Ik ga op een 87 zitten. Voor nu.

Dat beide drams aan bourbon doen denken is niet vreemd als het inderdaad om virgin oak gaat. En toch blijven de twijfels…De BenRiach, heeft die inderdaad 12 jaar op nieuw eiken gestaan? Twaalf jaar? De Bunna laat niets over leeftijd los…Ik zou graag een whisky tegenkomen die gegarandeerd alleen op nieuw eiken is gerijpt. Wie d'r een weet...?

Overpeinzingen over nieuw eiken



zondag 30 december 2012

Bere goed?


De Bruichladdich distilleerderij op Islay is niet vies van een experiment. Dat weet ik uit de 'vakliteratuur', want vreemd genoeg was mijn eigen ervaring met deze whiskymaker tot voor kort beperkt tot twee producten: de rum cask festivalbotteling voor het IWF van 2010 (toen nog in Leiden) -een prima dram- en de Waves die ik nogal vond tegenvallen. Ik reken dan niet mee de diverse Port Charlotte's uit de Bruichladdich-keuken die ik ooit proefde. Maar goed, waar ik het hier over wil hebben is de Bruichladdich Bere Barley 2006. Whiskybaas Cees-Jan attendeerde mij een paar weken geleden op het bestaan van deze uit een prehistorische gerstsoort gedestilleerde drank. Met enige scepsis, maar toch ook nieuwsgierig, en over de streep gehaald door de redelijke prijs, schafte ik dan maar een flesje aan.

Het verhaal achter bere

OK, 'bere', wat is het verhaal erachter? Het gaat hier om een oude gerstsoort afkomstig uit het vruchtbare oude landbouwgebied tussen Eufraat en Tigris dat waarschijnlijk door de Noormannen meer dan 1000 jaar geleden naar Schotland is meegenomen, waar die zich na eerst wat geplunder metterwoon vestigden.. Je spreekt 'bere' overigens uit als het Engelse 'bear'.
Hoewel het gewas goed groeit op diverse Schotse eilanden, levert het nog niet half zoveel graan op als moderne gerst, en is het lastig te oogsten. Toch durfde het zichzelf innovatief noemende Bruichladdich het experiment wel aan, in samenwerking met het Orkney College Agronomy Institute. Bij Kynagarry Farm op Islay werden enkele velden met bere ingezaaid. Dat was in 2005. Een jaar later werd geoogst wat de omwonende edelherten hadden laten staan. En dat de bere toch wel wat anders is dan moderne gerst, bleek in het verdere productieproces. Zo was de grist van de bere veel rijker en dikker dan we nu gewend zijn en daardoor lastiger te verwerken. Maar uiteindelijk ging de new spirit dan toch in 2006 op het vat. En in oktober dit jaar leverde dat 7200 flessen op. En daar heb ik er nu een van.

Gimmick of waardevol?

Blijft de vraag, is het een gimmick, of levert dit experiment iets van whiskywaarde op? En mijn antwoord is, en daar ben ik niet de enige in: deze bere-whisky voegt echt iets toe, het is echt een bijzondere dram. De bere geeft deze jonge whisky iets volwassens, iets doorleefds bijna (ja, sorry voor dit zweverig taalgebruik, maar beter weet ik het ook niet te zeggen); geur en smaak hebben tonen die ik niet eerder rook en proefde, en die heel goed combineren met bijvoorbeeld het zoet en fruitige van het eikenhout; een wonderlijk goeie balans. Ik gaf deze dram 88 punten, maar ik zie het ervan komen dat ik na nog een paar glaasjes hoger ga zitten. Deze Bere Barley moet je leren kennen, maar de eerste kennismaking is al veelbelovend!

prehistorische boeren lustten er wel pap van...
Zie voor mijn whiskynote over deze fles whiskybase.com (commentaar van ducksingel)

woensdag 28 november 2012

Felicitaties!

Natuurlijk, ik kan natuurlijk niet nalaten Whiskybase.com te feliciteren met het 1-jarig bestaan van hun on- en offlineshop op 29 november! Bij dezen:


maandag 19 november 2012

Whisky op z'n Schots


Toch altijd weer een evenement, dat International Whisky Festival Holland, dat afgelopen zaterdag 17-11 in de Grote Kerk in Den Haag plaatsvond. Ik ga er hier geen verslag van doen, want je moet zoiets echt zelf meemaken om er een goede indruk van te krijgen. Maar één ontmoeting die ik op het festival had, wil ik hier wel vermelden, omdat die ten eerste  bevestigde dat Schotten rare whiskydrinkers zijn, en ten tweede toevallig mooi aansluit bij de twee voorgaande blogs (die over het druppelen en over de eh,…vreemde drankideeën van een Rotterdamse ambtenaar).
Het ging zo, zaterdag: Na al van alles geproefd te hebben, belandde ik bij een kraampje dat niet veel meer te bieden had dan twee blended whisky’s, Sheep Dip en Pig’s Nose. Die eerste ken ik, een blended malt. Het is geen slecht spul, zo herinner ik mij. De tweede kende ik alleen van naam. Ik geloof dat whiskygod Jim Murray zich er ooit positief over uitliet. Ik drink nauwelijks nog blends, en op dit festival wilde ik er niet meer dan 1 proberen. Dat werd dus de Pig’s Nose.
Die werd mij ingeschonken door een korte Schot, die mij trots vertelde dat er wel 40% malt in de blend zit…En ja, dat had ik dus goed begrepen, 60% graanwhisky. Ik moest maar een slokje zo nemen, en dan daarna met een paar druppels water erbij. Ik had er eigenlijk al geen trek meer in na al het moois dat ik eerder had geproefd, maar goed, ik wilde de kleine Schot ook niet voor het hoofd stoten, dus nipte ik wat. Slappe hap, vlak, geen enkele diepte, vond ik. Dat was vast aan mijn gezicht af te lezen, want de kraamwerker had al een pipet met water gevuld en spoot die helemaal leeg in mijn drammetje. Niet een paar druppels dus, maar een flinke straal, en met een uitdrukking op z’n gezicht van: ‘dan moet je nou maar eens proeven, je weet niet wat je meemaakt’ vertelde hij, terwijl ik het glaasje weifelend aan de lippen bracht, dat hij z’n Pig's Nose altijd 50-50 met water bijvult….Ik moet een verbijsterde uitdrukking op m’n gezicht hebben gehad, waardoor de kleine man aan gene zijde van de kraam waarschijnlijk in de gaten kreeg dat hij met die opmerking een potentieel geïnteresseerde had verjaagd. Voor de vorm nam ik dan nog maar een nipje terwijl ik een terugtrekkende beweging maakte richting spoelwateremmers. En ik bedacht me dat ik het inderdaad meer had gehoord, dat veel Schotten hun whisky tot bijna homeopathische verhoudingen aanlengen (toch die Schotse eh,...zuinigheid weer?). Een snelle berekening leerde dat als je een dram van 40% ABV 1:1 aanlengt met water, het resultaat een goedje is van 20% sterkte…En dat zet die ambtenaar in het blog Ambtenaar vindt whisky light uit toch weer in een minder extreem perspectief, met z’n 15%.

Ik kwam overigens zaterdagavond thuis met de festivalbotteling: een Glendronach 10 years sherry butt op vatsterkte (55,8%), een pittig sherrymonster.

Grote Kerk, Den Haag, met Pig's Nose

de speciale festivalbotteling

zaterdag 17 november 2012

Druppelen?


Het staat een ieder natuurlijk vrij met z’n whisky te doen wat hij wil (rechten van de mens en zo), maar mijn haren rijzen te berge als ik mensen hoor vertellen dat ze een dram op vatsterkte altijd verdunnen met water. En daarmee dus het mooie van de vatsterkte whisky’s, hun superieur subtiele spel van aroma’s en smaken, met het badwater weggooien. Tja, als je niet tegen een beetje alcoholpercentage kan, neem dan een portje of een wijntje, zou ik zeggen…Maar goed, mensenrechten zijn mensenrechten, ook in whiskyverband.
Wat we onverdunnende vatsterkteliefhebbers echter wel zien doen, is met een pipetje een paar druppels water in hun dram spetteren. Hiermee maken ze nieuwe aroma’s uit de whisky los. Dat werkt echt zo, en het levert heel vaak prettige verrassingen op. Wat elke pipeteur ook zal zijn opgevallen is dat de whisky na het loslaten van die nieuwe aroma’s anders blijft geuren en smaken dan voor het bedruppelen.
Maar hoe komt dat eigenlijk, dat die paar druppeltjes van alles losmaken in een dram? Robin Brilleman in zijn De chemie van Schotse malt whisky legt het uit: die druppels water zullen oplossen in de alcohol; oplossen is een chemische reactie waarbij (door het zich moeten rekken en strekken van moleculen) warmte vrijkomt; en door de kleine temperatuursprong  die daar het gevolg van is komen de lichte aroma’s in de whisky alle tegelijk los. En even daarna zijn ze er dus niet meer.
Aha, het gaat dus gewoon om verwarming van de whisky! Toen ik enige tijd geleden dat inzicht verwierf, schoot mij te binnen wel eens van ‘cognac-verwarmers’ te hebben gehoord. Zou dat dan niet ook iets voor whisky zijn? Natuurlijk is er over dat onderwerp op internet wel het e.e.a. te vinden, en gelukkig ook de waarschuwing van een cognackenner: nooit je cognac met een verwarmer opwarmen! Dat is barbaars! Want, zo zegt hij, en ik geloof dat onmiddellijk, door geforceerde verwarming verdampen alle aroma’s, licht en zwaar, uit de cognac, en hou je een vlak goedje over. Ongetwijfeld geldt dat ook voor geforceerde whiskyverwarming….
Maar, even terug naar het pipetje, door het druppelen forceer je ook, op kleine schaal, opwarming. Je bent je lichte aroma’s daarna wel kwijt!
Sinds dat besef tot mij is doorgedrongen, druppel ik mijn vatsterkte drammetjes niet meer, maar zorg ik voor geleidelijke opwarming met de hand. Gewoon goed in de hand houden, je glas. Alle aroma’s komen dan geleidelijk los: het begint met de lichte, en dan komen daardoorheen geleidelijk de steeds zwaardere. En zeker, als je maar lang genoeg over je dram doet, zullen uiteindelijk de lichte aroma’s als eerste verdwenen zijn. Maar dat is dan niet in één klap gebeurd.



vrijdag 2 november 2012

Ambtenaar vindt whisky light uit!


Vandaag weer eens langs geweest bij mijn  favoriete whiskyboer, in de Zwaanshals alhier. En thuisgekomen met een 18-jarige Laphroaig die daar in de aanbieding was, en een Caperdonich (mijn eerste) van Van Wees, van 17 jaar. En met een verhaal dat te absurd is om het hier niet te melden.

Ter gelegenheid van het eenjarig bestaan van whiskywinkel  Whiskybase.com aan de Zwaanshals in Rotterdam wilden eigenaren Menno en Cees-Jan een bescheiden whiskyfestival organiseren. In een tent op het Noordplein, voor zo’n 200 bezoekers. De tent was geregeld, de verplichte beveiliging, en de Deelgemeente Noord had de nodige vergunningen afgegeven. Wat kon er een geslaagd festival nog in de weg staan? OK, dat de deelgemeente op haar beurt (om redenen van democratische controle, of gewoon bureaucratie) nog bevestiging van de vergunning moest vragen op de Coolsingel kon niet anders dan een formaliteit zijn…Jawel, dat kon dus wel anders dan een formaliteit zijn. De gemeenteambtenaar van dienst (laten we ons maar geen voorstelling van de man of vrouw maken, maar een whiskykenner is het zeker niet) kon akkoord gaan met de verleende vergunningen, op één voorwaarde: de op het festival geserveerde whisky zou verdund moeten worden tot een alcoholpercentage van 15%. Vijftien procent. U leest het goed: de whisky zou verdund moeten worden tot 15%!
Dit vanuit de gedachte dat evenementen waar bier en wijn worden geschonken (en dan hebben we het over alcoholpercentages van tussen de 5 en de 12) al zo vaak uit de klauwen lopen (Haren!). Laat staan als er spul gezopen wordt van 40 tot 65%!. Misschien dacht de ambtenaar zelfs dat hij of zij met zijn/haar 15% dan nog ruimhartig was….

Het whiskyfestival gaat niet door. Zelfs al zouden de whiskybasisten akkoord zijn gegaan (onvoorstelbaar overigens), dan zou er geen sprake geweest kunnen zijn van een whiskyfestival: onder de 40% mag geen enkel gedestilleerd zich nog whisky noemen.


zaterdag 20 oktober 2012

Even bijwerken

Ja, als je dan een whiskyblog hebt, dan moet je d'r ook zo nu en dan eens wat opzetten, om het echt wat te laten lijken. En een logisch onderwerp is dan bijvoorbeeld de bespreking van door de blogger geproefde whisky's. Wat dat betreft heb ik best wat bij te werken. Ik laat hieronder, net als de grote whiskyproevers, maar eens een en ander de revue passeren; een greep uit wat ik de laatste maanden m'n kast in heb gesleept.


Glen Keith, IB Kintra, 19y  bourbon hogshead - 53,8%
geur: vol, fruitig, zoet-kruidig.
smaak: opvallend zoet (voor een non-sherried whisky), fruitig, pure chocola, olieachtig mondgevoel. Mondvullend.
afdronk: lang, pittig zoet.
Blijft goed in balans, terwijl geur en smaak zich in het glas blijven ontwikkelen. Topper.
90

Ardmore, IB Archives, 20y barrel - 48,6%
neus: rijk, ontwikkelt zich van begin tot eind met om de 5 minuten andere accenten: fruitig, moutig, turf.
smaak: complex, zich ook steeds ontwikkelend en steeds in balans: citrus en zoetig, vanille, tonen van turf. Het mondgevoel is olieachtig, vettig en vullend.
afdronk: lang en aangenaam.
Als iemand vraagt wat er dan zo lekker aan whisky is, kun je hem deze Ardmore laten proeven. Dan weet die persoon het.
90

Ardmore, OB, Traditional Cask - 46%
Neus: iets droog, maar soepel, turf bescheiden maar duidelijk aanwezig.
smaak: vanille uit het hout met romige turf, waardoorheen zich zoetig fruit ontwikkelt. Moutig. Vol mondgevoel en prettige behoorlijk lange afdronk.
M'n tweede Ardmore is ook weer  zo’n mooi in het glas in balans blijvende whisky. De turf is een vanzelfsprekend onderdeel, geen gimmick.
87

Caol Ila, IB Archives, 30y, hogshead - 51,2%
neus: enorm fruitig met turf en een zilt accent.
smaak: een rijpe complexheid (sorry dat ik het zo zeg) waarin om de zoveel minuten nieuwe smaken naar boven komen, van allerlei soorten fruit tot honing, met rood fruit in the lead op een achtergrond van milde Caol Ila-turf. Olieachtig in de mond.
Dit is ook weer zo’n whisky die de hele tijd in het glas perfect in balans blijft.
afdronk: het geproefde blijft allemaal prettig lang hangen. Verbazend overigens dat deze 30 jaar oude whisky toch nog een dikke 51% alcohol bevat. Het moet een uitzonderlijk goed bourbonvat geweest zijn, waar deze Caol Ila uit is gekomen.
91

Caol Ila, IB Gordon & MacPhail, 13y, refill sherry, Asta Morris - 50%
neus: fruitig, zoet en lichte turf; prikkelend maar ik kan daar verder niet echt de vinger op leggen.
smaak: allerlei fruit door en na elkaar op een achtergrond van Islay-turf en -ziltheid. Vleugjes bitterzoete kruiden.
Door de hele smaakontwikkeling heen zit het sherry-zoet, maar (gelukkig!) niet overheersend. Een mooie balans.
De afdronk verlengt het plezier van elke slok op gepaste wijze.
89

Fettercairn, IB Van Wees,16 y bourbon hogshead - 46%
Interessante combinatie van scherp en zoet, zowel in de neus als in de mond. Ik meen snoep (Engels drop?) te proeven. En ook zit er een toon in die ik hoorde omschrijven als Zwitserse kaas. Mmm,ja, klopt wel. Licht en toch vol. Prettige, medium afdronk. Mooie prijs-kwaliteitverhouding voor een 'eigenzinnige' whisky.
85

Glencadam, OB,12y Portwood Finish - 46%
Het zou volgens de slijter bij deze whisky om een specifiek aardbeiensmaakje gaan. Dat proef ik niet zo.. Je moet het spul wel even de tijd geven (de eerste nipjes maakten weinig indruk), maar de smaak wordt over tijd best wel vol, en uiteindelijk eindigt het in een goed uitgebalanceerde combinatie van een mooie highland en port.
83

Port Charlotte, OB, The Peat Project - 46%
Was ik erg onder de indruk van de PC8, deze PC Peat Project valt me toch wat tegen. Ik schonk een drammetje in en ging er eens voor zitten, zo van 'kom maar op!'. Maar het kwam niet. Zeker niet vies, laat daarover geen misverstand bestaan, en misschien wel veelbelovend…'Had het nog een jaartje of twee in het vat gelaten', was mijn gedachte.
85